| Afleveringen > | ||
|
Aflevering 5: Langs de grens
Aflevering 5: Langs de grens
|
||
|
Een dorp dat zich het water in turft, schrijvertjes op het water, turf met bonk en de Romeinse A12.
Kees Slager en Theo Uittenbogaard trekken Zuid-Holland in. Langs de Kromme Mijdrecht reizen ze door een gebied dat duizend jaar geleden een drassig en onbegaanbaar veenmoeras was. Het veenpakket bolde hier ooit meters boven de riviertjes uit. Nu ligt het riviertje meters boven het omringende polderland. Met het afwateren en in cultuur brengen van het veen begon het proces van ‘inklinken’ en zakte de bodem. Vanaf de 16e eeuw begon men het veen bovendien af te graven om het als turf te verkopen. Dorpjes in het veen kwamen hierdoor in een enorme plas water te liggen. Soms ging men te ver. Net ten noorden van Nieuwkoop heeft een buurtschap gelegen dat door de bewoners helemaal het water in geturfd is. Op Lusthof de Haeck is sinds 1933 nauwelijks ingegrepen in het landschap. Het resultaat is een klein natuurgebiedje met verende veenpaden, open water, rietlanden, moeras en grasland. Hier is het typische veenwater te zien, bruinig, roestig water, gekleurd door het veenzuursel, met schrijvertjes die heen en weer ‘schaatsen’ over het water. Daaraan kan je trouwens zien dat de kwaliteit van het water goed is. Als je zo’n schrijvertje in een bak water doet, en je doet er één druppeltje afwasmiddel bij, dan zakt hij onmiddellijk door het wateroppervlak heen en verdrinkt. In het streekmuseum in Reeuwijk zie (en hoor) je hoe de turfwinning vroeger in zijn werk ging. Het turfsteken kent zijn eigen taal, vol geheimzinnige woorden, zoals: …een goeie turf heeft veel 'bonk'. of ‘…de turf wordt gedroogd door het (…) 'op spree zetten’. Daarna wordt ze als een 'steupel' opgetast en afgedekt met 'ruigt'. De reis voert verder naar de Rijn, ooit de noordgrens van het Romeinse rijk. Het water was een natuurlijke barrière tegen de Germanen. Bovendien was het een bevaarbare route voor de Romeinse oorlogsvloot en platbodems, die bouwmateriaal uit de Eifel aanvoerden. De oever van de Rijn was de enige strook stevige grond in de moerassen van Holland. En was daarmee het enige begaanbare tracé over land, richting kust. Daarom bouwde men op die oeverwal de Romeinse weg. Een ingenieus staaltje logistiek en ingenieurskunst van Keulen tot Katwijk. Niet minder dan veertien meter breed aan de basis, het talud verstevigd met boomstammen uit het Zwarte Woud en met een wegdek van zes meter breed: de A12 van het Romeinse Rijk. De Rijn brengt ons naar de kust, daar vinden we hier en daar nog overblijfselen van het oude strandwallenlandschap, reisdoel van de volgende aflevering. |
||
Reacties op dit artikel |
||||||||||||||||||||
|






